Gerbil
gerbil webshop

WIST JE DAT?

Gerbils elkaar waarschuwen door met hun achterpoten op de grond te roffelen?

De Gerbil wordt ook weleens woestijnratje genoemd, maar hij is geen familie van de rat.

Herkomst van de Gerbil

De Mongoolse Gerbil komt oorspronkelijk uit Mongolië. Mongolië is een land in Centraal- en Oost-Azië. Het land ligt op de Mongoolse hoogvlakte en heeft een landklimaat met toendra's en steppegebieden in het noorden, bergachtig gebied (Altaj) in het midden, en woestijn (Gobi) in het zuiden. De Mongoolse Gerbil komt voornamelijk voor in de Mongoolse woestijn.

De Mongoolse woestijn, waar de Mongoolse gerbil van nature voorkomt, is een biotoop met harde, extreme omstandigheden. Er zijn niet veel dieren die zulke omstandigheden verdragen, de Gerbil heeft hierdoor ook maar weinig natuurlijke vijanden. In de gebieden waar onderzoek is gedaan naar de Mongoolse gerbil bleken eigenlijk alleen vossen, wolven en de oehoe actief op Gerbils te jagen. Met name het menu van deze laatste bleek altijd Gerbil te bevatten.

Gerbil mongolie

GESCHIEDENIS

rivier amourIn het jaar 1866 stuurde de Franse pater Armand David vanuit Noord China een aantal 'gele ratten' naar het Musée d'Histoire Naturelle in Parijs. Daar werden de diertjes door de wetenschapper Milne-Edwards in het jaar 1867 'Meriones unguiculatus' genoemd. Deze pater is beter bekend van het Pater David Hert dat hij ook ontdekte en de Chinese Reuzepanda. Pater David was op een verzamel expeditie toen hij de Mongoolse Gerbil ontdekte.

Sir Alphonse Milne Edwards heeft naar aanleiding van dat verslag de dieren wetenschappelijk beschreven, en hen de naam Gerbillus unguiculatus gegeven, die later (in 1908) veranderd is in Meriones unguiculatus. Het woord Meriones in de naam van de gerbil is tevens het griekse woord voor een krijger met grote slagtanden op zijn helm. Waarschijnlijk deed de gerbil daaraan denken.

De Mongoolse gerbil heeft als huisdier nog maar een vrij korte geschiedenis. In 1935 werden er in oostelijk Mongolië en Mandsjoerije een twintigtal fokparen gevangen. Deze dieren worden gezien als de voorouders van de gerbils die tegenwoordig als huisdier gehouden worden. Er werd succesvol met deze dieren gefokt buiten Mongolië en in de jaren 30 van de 20 ste eeuw werden ze geïmporteerd in Japan en in 1954 in de Verenigde Staten (USA). Vanuit de Verenigde Staten werden een aantal paartjes in 1964 naar Groot-Brittannië gestuurd. Vanuit deze landen hebben de Mongoolse gerbils zich verspreid over heel veel landen, waaronder Nederland en België. Ze werden in het begin vooral voor wetenschappelijk onderzoek gebruikt, waar men realiseerde dat het heel geschikte huisdieren zouden zijn.

Gerbil

In 1935 heeft een Japanse zooloog professor 20 paartjes Mongoolse Gerbils in zijn onderzoekscentrum gehouden. Dit was zijn eerste kolonie die hij bestudeerde en tam probeerde te maken. In de jaren 40 begon de professor Kasuga een tweede kolonie met vier fokpaartjes en enkele jonge Gerbils. Uit deze vier fokpaartjes stammen alle tamme Gerbils in Europa en Amerika, waar de professor de Gerbils naartoe exporteerde. Kort geleden is er door een Duitse onderzoeksgroep weer een aantal Mongoolse gerbils uit het wild gevangen, deze zijn echter nog niet vermengd met de tot nu toe gehouden populatie.

In 1964 werden in Europa de eerste tamme Gerbils ingevoerd.

gerbil op straat

IN HET WILD ALS GROEP

Gerbils leven in het wild nu nog steeds in grote familiegroepen. Ze maken prachtige ondergrondse tunnelsystemen. De tunnels kunnen maarliefst een totaaloppervlak van 12 m2 hebben en tot 1,5 m diep de grond in gaan. Ze kunnen wel 15 tot 20 verschillende ingangen hebben. De tunnels vertakken zich. Er zijn meerdere nestkamers, waar de jongen geboren en verzorgd worden. De nestkamers hebben een doorsnede van ca. 20 cm. Natuurlijk hebben de Gerbils ook voorraadkamers, waar ze hun voorraad voedsel bewaren.

In een Gerbil burcht leeft meestal maar 1 Gerbil familie die bestaat uit een ouder paartje met hun nakomelingen van 1 tot maximaal 3 nesten. Het territorium van zo’n Gerbil familie varieert van 325 tot 1550 m2, en is afhankelijk van de groepsgrootte, beschikbaarheid van voedsel en vooral van het gewicht van het grootste mannetje.

gerbil

Wat voor de Gerbils erg fijn is, is dat de temperatuur onder de grond constant blijft. Dit in tegenstelling tot de temperatuur boven de grond. Daarnaast verliest de Gerbil in de tunnels onder de grond minder vocht dan boven de grond, waar het warm en droog is. De tunnels zijn vochtig wat ook een prettige luchtvochtigheid geeft. De Gerbil moet zuinig zijn met zijn vocht, hij leeft in woestijnen en dorre gebieden, waar water schaars is. Het lichaam van de Gerbil heeft zich hier uitstekend op aangepast. Gerbils transpireren niet, hun urine is zeer geconcentreerd en hun keuteltjes zijn vast en droog. Dit laatste heeft ook zo zijn voordelen, de Gerbil ruikt minder snel.

Gerbil

 

Gerbil Webshop voor al uw Gerbil benodigdheden en artikelen

Ferbi Ferplast onderdelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gerbil
gerbil webshop