Gerbil
gerbil webshop

Enkelvoudige kruising

Ook wel Monogene kruising genoemd. Dit is het geval als twee ouderdieren in één eigenschap verschillen. Bijvoorbeeld bij de kleur van de vacht.

Meervoudige kruising

Deze kruising wordt ook wel Polygene kruising genoemd. Bij zo’n kruising verschillen de ouderdieren in meer dan één eigenschap van elkaar, wat natuurlijk verreweg het meest voorkomt bij het fokken van dieren. 

OUDERS

In de erfelijkheidsleer worden ouders meestal met de letter P - generatie (de P van Parents) aangeduid

FILIUM

De jongen worden in de erfelijkheidsleer vaak met de leeter F - generatie (de F van Filium = latijns woord voor zoon) aangeduid.

LETHALE FACTOR

Lethale factor wil zeggen dat de homozygote (dominante) vorm, van deze kleurslag, niet levensvatbaar is. De jongen die dit dragen sterven voordat ze geboren worden en worden weer door het lichaam opgenomen.

SUBLETHALE FACTOR

Bij een subletale factor is een diertje verminderd levensvatbaar in tegenstelling tot de lethale factor dan is het dier immers niet levensvatbaar.

Bij de Mongoolse gerbil komt epilepsie voor. De gevoeligheid daarvoor heeft een genetische basis en lijkt samen te hangen met de vachtkleur.

GERBIL GENETICA

Erfelijkheidsleer is een onderdeel van de biologie dat zich bezighoudt met erfelijke eigenschappen: de aangeboren verschillen en overeenkomsten tussen de opeenvolgende generaties. Deze wetenschap werd ontwikkeld door de Oostenrijkse monnik Johann Gregor Mendel. Hij leefde van 1822 tot 1884. Dankzij zijn proefjes ontdekte hij dat elk leven organisme erfelijk overdraagbare eigenschappen bezit die worden doorgegeven aan de nakomelingen volgens bepaalde regels: de wetten van Mendel. In de negentiende eeuw kreeg zijn ontdekking niet veel aandacht, maar dit veranderde na 1900 toen hebben andere wetenschappers de regels van Mendel opnieuw ontdekt en sindsdien heeft de erfelijkheidsleer een grote ontwikkeling doorgemaakt.

Gerbil op de handMUTATIES

Mutaties zijn veranderingen in het erfelijk materiaal (DNA of RNA) van een organisme. Gerbils komen voor in verschillende kleuren en kleurpatronen. De voorouders van deze diertjes hadden deze diversiteit niet. De verschillende kleuren zijn voornamelijk het gevolg van mutaties. Mutaties zijn dus spontane optredende veranderingen van het erfelijke materiaal. Ze zijn een natuurlijk fenomeen. Mutaties kunnen zich op verschillende manieren vertonen. Er kan in één keer een diertje geboren worden met een hele korte vacht of langere oortjes, extra lange of korte pootjes. Mutaties kunnen ook invloed hebben op zaken die je niet met het blote oog kunt zien, bijvoorbeeld op de spijsvertering of herseninhoud. Mutaties zijn erfelijk, dat houdt in dat een gedeelte van de jongen deze eigenschappen gaat vertonen. Mutaties hebben toch een belangrijk doel, namelijk de soort in staat stellen te overleven. Bij het fokken zijn mutaties vaak een uitgangspunt voor een nieuwe kleurslag of vachtvariant.

ERFELIJKHEID

Dieren zijn opgebouwd uit cellen. Elke cel wordt bestuurd vanuit de celkern. De celkern bevat chromosomen die dragers zijn van erfelijke eigenschappen. In deze celkern komt elk chromosoom twee keer voor. We hebben het dus altijd over chromosomenparen. Elk diersoort heeft een vast aantal chromosomenparen, de Gerbil heeft 20 paren chromosomen, de Russische Dwerghamster en de Campbelli Dwerghamster hebben 28 chromosomen. Bij Roborovski Dwerghamster zijn dit er 34 en bij de Chinese Dwerghamster 22 en zo heeft een hond er 39, een koe 30 en een fruitvliegje 8 en zo kunnen we nog even doorgaan. Het is absoluut niet zo dat een groter dier meer chromosomen heeft dan een kleiner dier.

ERFELIJKE EIGENSCHAPPEN

Dit zijn alle eigenschappen die erfelijk zijn en dus van vader en moeder op de nakomeling kunnen overgaan. Deze informatie ligt in de vorm van een code op een chromosoom opgeslagen. Zo’n code noemen we ook wel een gen. Op een chromosoom liggen echter heel veel genen de plaats van een gen op een chromosoom noemen we de locus. Op de andere helft van het chromosoom ligt op dezelfde plaats een zelfde gen dat invloed heeft op precies dezelfde eigenschap. Deze gelijke genen noemen we elkaars allelen. Allelen hebben dus invloed op dezelfde erfelijke eigenschap, maar ze kunnen ieder wel verschillende informatie bevatten zo kan op het ene allel de vachtkleur zwart liggen en op het andere allel de kleur bruin. Het uiteraard ook gelijk zijn dat op beide allelen dezelfde keur ligt.

DOMINANTE EN RECESSIEVE GENEN

Door de meiose worden de chromosomenparen in twee afzonderlijke chromosomen. Bij de bevruchting is het zo dat er een willekeurige chromosoom van de man bij een willekeurige chromosoom van de vrouw komt. De chromosomen paren bevatten samen dubbele genen, dus dubbele informatie. Een Gerbil kan dus zowel een gen voor de ene kleur als een gen voor een andere kleur dragen. Deze genen vermengen zich niet. Het is dus niet zo dat als je een witte en een zwarte gerbil met elkaar kruist, er grijze jongen geboren zullen worden. Dit komt doordat sommige genen dominant zijn en andere recessief. Dominant wil dus eigenlijk zeggen dat die eigenschap overheerst en zich dus altijd in het uiterlijk van het dier zal openbaren als het dier dat dominante gen van een van zijn ouders geërfd heeft. Recessieve genen zullen zich alleen openbaren als ze niet door een dominant gen onderdrukt worden.  Een dier dat aan de buitenkant een dominante eigenschap laat zien kan zowel drager zijn van een recessief gen en deze kan generaties lang niet geuit worden. Je hebt dus altijd kans op een verassing bij het fokken.

Meiose
Dwerghamster.nl
Mitose
Dwerghamster.nl

MITOSE EN MEIOSE

Een mannetje heef een X en een Y chromosoom en het vrouwtje heeft twee X chromosomen. Maar voordat er een zaadcel en een eicel zijn ontstaan, vindt eerst een deling plaats die Meiose wordt genoemd.  Als twee gewone cellen met het normaal aantal chromosomenparen zouden versmelten dan krijg je het dubbel aantal chromosomenparen bij de nakomeling. Dit kan niet en daarom vindt er bij de productie van zaadcellen en eicellen een deling plaats die de chromosoomparen uit elkaar trekt (meiose) Als daarna de eicel en de zaadcel versmelten, krijg je een nieuwe cel met hetzelfde aantal chromosomenparen als de ouderdieren. Bij de groei van het lichaam vindt ook een deling van de cellen plaats maar dan blijven de cellen wel dezelfde chromosomenparen houden. Ze worden immers gebruikt voor de toename van het lichaam en niet voor de voortplanting en deze deling noemen we Mitose.

KLEUREN

De wildkleur Gerbil is de kleurslag die in het wild ook voorkomt. Dit is een bruine gerbil met een crème kleurige buik. Dit is dan ook de kleur die naar voren komt als er geen mutaties aanwezig zijn, dus geen andere kleuren.

Bij ons in de woonkamers komen de kleuren als paddenstoelen tevoorschijn schieten, maar in het wild niet. Waarom is dat? Dat komt door een natuurlijke selectie die de natuur erg slim heeft bedacht. Het is voor een witte of zwarte Gerbil niet te doen om onzichtbaar in het zand te zitten. Hij zal ten prooi vallen aan alles wat er langs vliegt of loopt, want hij is te erg zichtbaar. Daarom overleven deze dieren het nauwelijks in het wild en geven dan ook hun genen niet door. Hier bij ons thuis is kan dat natuurlijk wel.

ERKENDE KLEUREN

De volgende kleuren bij de Gerbil zijn erkend:

  • Wildkleur / naturel
  • Zilver agouti
  • Geel wildkleur
  • Zwart
  • Lilac
  • Duifgrijs
  • Crème
  • Wit
  • Honing / Algerijn
  • Nootmuskaat
  • Poolvos
  • Saffraan
  • Burmees
  • Siamees
  • Canadese wit-vlek
  • Bont In de kleuren wildkleur, lilac, zwart en geel

 

GERBIL KLEURGENEN

A - Agouti

Het agouti gen geeft Gerbils met een donker bruine rug en crèmewitte buiken.
Dit gen bepaald de kleur van de buik van de Gerbil.

A (AA of Aa) is dominant en geeft Gerbils weer met een donkere rug en een lichte buik.

Bij aa (recessief) is de Gerbil egaal gekleurd.

C - Himalayacolour (Colourpoint gen)

Een verlichtend gen. Dit is te zien bij de Siamees en Burmees. Er kunnen enkele mutaties voorkomen

Cch in combinatie met pp (rode ogen), geeft een lichtere vacht

chch geeft witte Gerbils en vaak met donkere staart.

Ccb geeft in combinatie met pp (rode ogen) en een iets lichtere vacht.

cbcb geeft colourpoint gerbils (burmees, tekening)

cbch geeft licht colourpoint gerbils (siamese tekening)

 

D - Verdunning (Delution gen)

Een verdunnings-gen, dat in recessieve vorm zorgt voor een verdunde kleur zoals blauw. In dominante vorm (DD OF Dd) geeft het normaal gekleurede Gerbils.

E - Extension

Dit gen geeft in recessieve vorm (ee) Gerbils met een lichtgele haarbasis weer. In dominante vorm (EE of Ee) zorgt het voor normaal gekleurde Gerbils.

G - Grijsfactor

Bij GG of Gg (dominant) zullen er normaal gekleurde dieren geboren worden. Maar als het gen recessief vererfd, dus gg dan veranderd het pigment naar een witgrijze kleur (Zilveragouti). Bij zwarte gebrils kan dit zorgen voor een donkersepia Gerbil.

P - Oogkleur

Bij een recessieve vererfing (pp) zullen er Gerbils worden geboren met rode ogen. Bij een dominante vorm (PP of Pp) gebeurd er niets met de ogen en blijven ze donker.

SP - Vlekken (Spotting)

Bij een recessieve vererfing (spsp) geeft het normaal gekleurde Gerbils. Maar in dominante vorm (Spsp) geeft gevlekte Gerbils. Echter gaat het hier om een lethale factor. Lethale factor wil zeggen dat de homozygote (dominante) vorm, van deze kleurslag, niet levensvatbaar is. De jongen die dit dragen sterven voordat ze geboren worden en worden weer door het lichaam opgenomen.

Re - Rex ( Rex gen)

Bij een dominante vererfing (Rere) van het Rex gen worden er ruwharige Gerbils geboren. Bij een recessieve vererfing (rere) krijg je Gerbils met een normale vacht.

UW - Underwhite  

 

GERBIL KLEURCODES

NEDERLANDS

ENGELS

AGOUTI

KLEUR

 VERDUNNING

 UITBREIDING

 GRIJS

ROOD OOG

Agouti/
wildkleur
golden agouti

A*

C*

D*

E*

G*

P*

Chinchilla
/zilveragouti
grey agouti / chinchilla

A*

C*

D*

E*

gg

P*

Colourpoint
zilveragouti
colourpoint grey agouti

A*

cb ch

D*

E*

gg

P*

Geelwildkleur argente golden / cinnamon

A*

CC

D*

E*

G*

pp

Topaas
topas

A*

C cb

D*

E*

G*

pp

licht geelwildkleur argente cream

A*

C ch

D*

E*

G*

pp

Crème wildkleur cream /

A*

C* / CC

D*

E*

gg

pp

white-bellied cream / ivory cream
Abrikoos apricot

A*

CC

D*

ee

gg

pp

Honing sooty fawn / dark-eyed honey (DEH) /Algerian fox

A*

C*

D*

ee

G*

P*

Roodooghoning yellow fox / red-eyed Algerian fox

A*

CC

D*

ee

G*

pp

Gesluierd polar fox

A*

C*

D*

ee

gg

P*

Zwart black

aa

C*

D*

E*

G*

P*

Blauw blue

aa

C*

dd

E*

G*

P*

Colourpoint
agouti 
colourpoint agouti / smoke

A*

cb c* / cb cb

D*

E*

G*

P*

Colourpoint
agouti licht
light colourpoint agouti

A*

cb ch

D*

E*

G*

P*

Leikleur slate

aa

C*

D*

E*

gg

P*

Colourpoint
Leikleur
colourpoint slate

aa

cb cb

D*

E*

gg

P*

Lilac lilac

aa

CC

D*

E*

G*

pp

Saffier sapphire

aa

C cb

D*

E*

G*

pp

Duifgrijs dove / silver

aa

C ch

D*

E*

G*

pp

Wit roodoog red-eyed white (REW)

aa

C*

D*

E*

gg

pp

Burmees Burmese /

aa

cb cb

D*

E*

G* (?)

P*

colourpoint black
siamees Siamese

aa

cb ch

D*

E*

G* (?)

P*

Wit rozeoog pink-eyed white (PEW)

**

ch ch

D*

E*

**

pp

Wit donkerstaart Himalayan / dark-tailed white (DTW)

**

ch ch

D*

E*

**

P*

Wit extra
donkerstaart
very dark-tailed white

aa

ch ch

D*

**

**

P*

nootmuskaat nutmeg

aa

C*

D*

ee

G*

P*

Colourpoint nootmuskaat colourpoint nutmeg

aa

cb cb

D*

ee

G*

P*

Oranje argente nutmeg / red fox

aa

CC

D*

ee

G*

pp

Licht oranje argente nutmeg cream /

aa

C ch

D*

ee

G*

pp

pale argente nutmeg
Zilver
nootmuskaat
blue fox /

aa

C*

D*

ee

gg

P*

silver nutmeg
Schimmel schimmel /

**

C*

D*

ef ef (?)

G*

P*

orange Siam / orange mold
Roodoog
schimmel 
red-eyed schimmel

**

C*

D*

ef ef (?)

G*

pp

 

Gerbil Webshop voor al uw Gerbil benodigdheden en artikelen

Ferbi Ferplast onderdelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gerbil
gerbil webshop